VOLG ONS ... Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontdek de cultureel- erfgoedwerking in onze regio ALKEN BILZEN-HOESELT GINGELOM HEERS HASSELT-KORTESSEM NIEUWERKERKEN RIEMST SINT-TRUIDEN TONGEREN-BORGLOON VOEREN WELLEN KRANT OKTOBER 2025 JAARGANG 13, NUMMER 2 RIEMST De monstrans van Lodewijk XV Een topstuk met een bijzonder verhaal in de kerk van Vlijtingen WEDSTRIJD Los de woordzoeker op en win een fraaie wandel- brochure: Via Christina Mirabilis ! erfgoedhaspengouw.be PROJECTEN… ERFGOEDEDUCATIE MET DE STEUN VAN FOTOREPORTAGE RELIGIEUS ERFGOED ERFGOED HASPENGOUW IN GESPREK MET … ALKEN Het erfgoed van de gurdwara Een project i.s.m. KADOC SINT-TRUIDEN Een leerwandeling met toekomstperspectief TONGEREN-BORGLOON Funerair erfgoed in Groot-Loon De Kerkhofgangers: aan de slag met leren kijken, inventariseren en waarderen GINGELOM Erfgoed in de klas: vertellen en blijven vertellen HEERS WO II onder de scanner EDITORIAAL Deze Erfgoedkrant brengt boeiende artikels over wat er beweegt, gebeurt of gebeurd is én gepland wordt in de culturele erfgoed-sector in Haspengouw. Heemkundekringen steken de koppen bij elkaar, projecten zien het licht, onderzoeken onthullen boeiende informatie, en vooral: heemkundekringen werken samen om een breed publiek deelgenoot te maken van hun passie, het cultureel erfgoed van Haspengouw. Geniet van hun verhalen en projecten. Veel leesplezier! VRAAG SUBSIDIE AAN! erfgoedhaspengouw.be Zoek je financiële steun voor je project? ■ Begeleiding op maat ■ Twee indienrondes: februari en oktober ■ Externe jury ■ Aanvragen tot 2000 euro ■ Duidelijk reglement VERENIGING IN DE KIJKER HASPENGOUW Object Perdu: van kringloop naar voorstelling WELLEN De Nacht van het Religieus Erfgoed BILZEN-HOESELT Arnould Daenen en Chantal Swerts over het archief van de Kluis van Vrijhern VOEREN Jean-Pierre Duijsens en Roger Duijsens over Omroep Voeren HASSELT-KORTESSEM De Sint-Sebastiaansgilde: Willem Tell in Guigoven NIEUWERKERKEN Het Kringetje, amateur- toneel op zijn best
2 ERFGOEDKRANT HASPENGOUW I OKTOBER 2025 De voorbije maanden was het drukker dan gewoonlijk op het kerkhof van Groot-Loon. Dat heeft alles te maken met het project ‘Voor de Eeuwigheid ontsloten’ dat in april van start ging. Toen werd de kick-off gegeven van de nieuwe erfgoedgemeenschap ‘De Kerkhofgangers’. Een gemotiveerde groep van zo’n 20 vrijwilligers, elk met hun eigen achtergrond. Wat hen bindt? Hun interesse en passie voor funerair erfgoed in Haspengouw. En dat is heel letterlijk te nemen. Het is opvallend hoeveel Kerkhofgangers als motivatie verwijzen naar hun reizen in binnen- en buitenland, waar steevast een bezoek aan een kerkhof op het programma staat. Reden genoeg om het funerair erfgoed van eigen streek van naderbij te leren kennen. Vrijwilligster Mit noemt nog een andere motivatie om aan te sluiten bij de Kerkhofgangers. Samen met haar zus Monique deelt ze een sterke interesse voor geschiedenis en genealogie. ‘Stamboomonderzoek brengt dode mensen een beetje terug tot leven’, vindt ze. En zo ziet ze begraafplaatsen ook: ‘Niet alleen als eindpunt, maar ook als een beginpunt om meer te weten te komen over de begraven personen en hun familie.’ Of, zoals weleens wordt gezegd: op een kerkhof komt de geschiedenis van een dorp tot leven. Funerair erfgoed in Groot-Loon (en ook elders in Haspengouw) TONGEREN-BORGLOON Haspengouw telt een grote rijkdom aan plattelandskerkhoven, die zich als een mozaïek over het glooiende landschap uitstrekken. Elk met hun eigen verhaal. Elk met hun eigen geschiedenis. Voor iedere sessie wordt een andere locatie uitgekozen in Haspengouw, afhankelijk van het onderwerp. Kerkhofganger Monique is aangenaam verrast door de enorme variatie aan topics: van mensen en verhalen tot bomen en vergroening, van wetgeving en politiek, tot materiaalkeuze en symboliek. Ze had werkelijk geen idee dat het zo’n ruim domein is. Afgelopen zomer trokken we naar het oude kerkhof van Groot-Loon. Het was een belangrijke sessie: de Kerkhofgangers gingen er voor het eerst zelf aan de slag met ‘de veldwerkfiche voor de registratie van graftekens’, onder vrijwilligers ook kortweg ‘de fiche’ genoemd. Leren inventariseren vergt immers veel oefening. Of zoals Mit het verwoordt: ‘Het is kijken, kijken en nog eens kijken’. Als gewezen arts vergelijkt ze inventariseren met een medisch onderzoek, waarbij je veel kan leren en afleiden van de details van een graf. Vrijwilliger Mathieu omschrijft het als volgt: ‘Het is een combinatie van buitenwerk, fotografie, symboliek en het zoeken naar wat een grafsteen te vertellen heeft’. Naast veel kijken en luisteren, is het ook een goed idee om terug te keren naar eenzelfde kerkhof. Kerkhofganger Etienne getuigt: ‘Het is belangrijk om voldoende tijd te nemen om een graf of grafkapel te bekijken en te fotograferen, en eventueel een aantal keer terug te gaan om ‘vergeten’ afbeeldingen, objecten of teksten te ontdekken. Je ziet bijna nooit alles van de eerste keer.’ Mathieu vult aan: ‘Samen weet je meer dan alleen. Ieder heeft zijn talenten, en het is waardevol om te ontdekken wie wat kan, en hoe we een aanvulling kunnen zijn voor elkaar’. Zelf is Mathieu bijvoorbeeld geïnteresseerd in symboliek. Vrijwilligster Céline heeft dan weer een sterke bagage inzake funerair erfgoed vanuit haar opleiding geschiedenis en archivistiek, en haar eerdere vrijwilligerswerk voor Epitaaf. Maar ook zij deed nieuwe kennis op: ‘Tot nu toe kwam ik vooral in contact met funerair erfgoed vanaf de 19e eeuw. Tijdens de vorming is er ook aandacht voor graftekens uit de periode voor 1800.’ Wat opvalt, is de grote verbondenheid die gegroeid is tussen de vrijwilligers. De Kerkhofgangers hebben hun hart geopend voor het Haspengouws funerair erfgoed. Etienne benadrukt dat er op onze kerkhoven ‘veel mooie graven te vinden zijn, die zeker een permanente bescherming verdienen, omdat ze het verhaal van een dorp vertellen’. Mit vult aan met een pleidooi voor de respectvolle bewaring van begraafplaatsen en graven. Samen met haar zus Mon is ze alvast klaar voor een eigen project op het kerkhof van haar familie in Berg, om van daaruit de link te leggen met de dorpsgemeenschap over de jaren heen. En zo zijn onze Kerkhofgangers stilaan echte ambassadeurs van funerair erfgoed in Haspengouw aan het worden. De Kerkhofgangers volgen een vormings- reeks van zo’n 10 sessies rond documenteren, inventariseren en waarderen van waardevol funerair erfgoed, onder begeleiding van experts Anne-Mie Havermans en Ann Voets. Zij hebben jarenlange ervaring opgebouwd in het onderzoek naar funerair erfgoed en delen als vaste lesgevers hun theoretische én praktische kennis. Want kennis over funerair erfgoed bouw je het best op in de praktijk, op het kerkhof dus.
OKTOBER 2025 I ERFGOEDHASPENGOUW.BE 3 Huidig voorzitter David Bammens toont mij trots een perkamentrol uit 1760. Het zijn de handgeschreven statuten van de gilde. Er staat in dat de leden, mannen uit het dorp, zelf moesten voorzien in een boog en pijlen. Onderaan de rol staat de eed die de schutters moesten afleggen bij toetreding. Er werd immers goed op toegezien dat ze eerbare en betrouwbare burgers waren. Niet iedereen kreeg zomaar het recht om een moordwapen te dragen. Midden 18e eeuw werd Guigoven en omstreken geterroriseerd door de beruchte, rondtrekkende Bokkenrijders. De baron had toen meer dan ooit behoefte aan een privémilitie om zichzelf, zijn goed en de burgers van Guigoven te verdedigen. Opvallend is wel dat het ‘lidgeld’ betaald moest worden in de vorm van kruiken bier. Ook de boete bij overtredingen bestond uit het leveren van bier. Drinkgelagen vormden dan ook een vast onderdeel van het gildeleven, naast het vlot hanteren van pijl en boog. Wanneer op 20 januari jaarlijks het feest van patroonheilige SintSebastiaan gevierd werd, ging dat steevast gepaard met een eet- en drinkfestijn. Die dag trakteerde de koning met bier. De winnaar Willem Tell in Guigoven HASSELT – KORTESSEM van het jaarlijkse schutterstoernooi was de koning en mocht de borstrok aan met daarop de schilden van de vorige winnaars. Zelf betaalde hij ook zijn eigen zilveren schild. In latere perioden, wanneer er weinig actieve leden meer waren, bleef het jaarlijkse feest behouden ook al werd er niet meer geschoten. Huidig bestuurslid Julien Steyls vertelt hoe er jaren geleden een koning gekozen werd door … een kaartspel. De leden waren op dat moment zo oud dat geen van hen nog de kracht had om een boog op te spannen maar kaarten konden ze als de besten. Tijdens andere perioden telde de club wel erg goede schutters. Julien Steyls vertelt over Jean-Pierre Willemans. Deze ‘Willem Tell’ van Guigoven schoot niet één keer maar twee keer vlak na elkaar in de roos en wel zo dat zijn tweede pijl de eerste doorboorde. David en Julien tonen trots deze pijl-in-pijl aan de muur van hun schietstand. De huidige schietstand van de SintSebastiaangilde bevindt zich achter de kerk van Guigoven. De clubleden kunnen er alleen in de zomer oefenen; de stand is niet overdekt en evenmin afgeschermd zodat hij eigenlijk niet helemaal voldoet aan de De boogschuttersgilde van Guigoven is de oudste vereniging van het dorp; ze be- staat al meer dan 300 jaar. Van 1708 om precies te zijn. Ze werd opgericht door baron de Blankaert, heer van Guigoven, als verdedigingslegertje voor zijn domein. Het kerkhof bezoeken met een gids Enkele Kerkhofgangers hebben de smaak te pakken en willen hun passie voor funerair erfgoed graag delen. Op zaterdag 2 november om 14u begeleidt Rudi Boelen een funeraire rondleiding op de stedelijke begraafplaats van Bilzen-Centrum (Hasseltsestraat - parkeren op Oude Tongersestraat). Op dinsdag 11 november om 14u gidst Katrien Bruggeman je op de begraafplaats van Martenslinde (Martenslindestraat 37, Bilzen-Hoeselt). Meer info op visitbilzenhoeselt.be. Deze rondleidingen kan je gratis meemaken. 29 NOVEMBER 2025 Collectiedag in Zepperen Op de eerste collectiedag van het project (24 mei ll., Groot-Loon), verzamelden we rouwprentjes, visite- of condoléancekaartjes, fysieke objecten en mondelinge getuigenissen. Noteer alvast zaterdag 29 november in je agenda voor de tweede inzameldag te Zepperen. Oude foto’s en video’s, unieke grafvoorwerpen, waardevolle doodsprentjes en -brieven, boeiende verhalen of anekdotes over markante personen, te linken aan graven of grafmonumenten, zijn welkom. Daarnaast willen we de levende en verloren gegane begrafenisrituelen doorheen de tijd vastleggen. Denk aan het thuis opbaren, het dragen van rouwkledij, rouwkapellen en dodenhuisjes op het kerkhof… We zijn benieuwd naar jouw materiaal en verhaal! MIEKE PAULISSEN eigentijdse veiligheids- voorschriften. De club is dan ook op zoek naar een betere locatie. Het houten clublokaal is niet winddicht. Daarom bewaart de voorzitter het kostbare erfgoed van de vereniging liever bij hem thuis: de vermelde perkamentrol met de statuten, maar ook de borstrok met de zilveren schilden en de antieke vlag. De zilveren schilden werden vroeger aan een ketting geregen tot een breuk. Die werd door de koning gedragen bij feestelijke gelegenheden. Na de Tweede Wereldoorlog werden de schilden bevestigd op een fluwelen borstrok. In het midden prijkt daarop nu een gekroonde, zilveren vogel. De plaatjes zijn errond vastgespeld. Het oudste dateert uit het midden van de 18e eeuw. Het jongste is van 1986. Momenteel is de club op zoek naar nieuw bloed, zowel jonge als wat oudere schutters zijn welkom. De schutterij lijdt onder de teloorgang van het dorpse verenigingsleven en de leegloop van de kerk. Vroeger liepen de leden mee in de jaarlijkse sacramentsprocessie. Ook droegen ze hun vlag achter de lijkkist wanneer een lid een katholieke begrafenis kreeg. Toen traden de leerlingen van de vrije school op tijdens het Sint-Sebastiaanfeest in januari en werden getrakteerd met snoepgoed. Zo leerden ze de schutterij kennen en kregen ze goesting om ook te komen schieten. Nu is de katholieke school verdwenen. Voorzitter David Bammens blijft echter niet bij de pakken zitten. Hij gaat op zoek naar de nieuwe Willem Tell van Guigoven. Kandidaten mogen zich aanmelden. Ook vrouwen zijn welkom! Meer lezen? Bogaerts, D. en Valgaerts, E., Schuttersgilde Sint-Sebastiaan, Guigoven, 1988. David Bammens (midden) en Julien Steyls (rechts)
4 ERFGOEDKRANT HASPENGOUW I OKTOBER 2025 Sinds 2003 beschikt Vlaanderen over het Topstukkendecreet. Inmiddels sieren 1041 prachtige items deze lijst. Voor de gemeente Riemst heeft tot nu toe slechts één topstuk de lijst gehaald, namelijk de zonnemonstrans van Vlijtingen. Afgaande op de criteria uit het decreet van 2023 is het overduidelijk dat deze monstrans wel in aanmerking moest komen voor dit statuut als topstuk, omdat ze beantwoordt aan het criterium ‘een bijzondere waarde voor het collectieve geheugen’. Erfgoed Haspengouw zette het topstuk op 3 juli ll. in de schijnwerpers tijdens een Slow Looking in de Sint-Albanuskerk te Vlijtingen. Een twintigtal mensen zaten in kring rond dat ene bijzondere kunstvoorwerp, de monstrans. In een sfeervolle, halfduistere dekenale kerk stonden de spots gericht op de monstrans, die zowel vanuit historisch als technisch oogpunt werd toegelicht. De monstrans van Vlijtingen wordt vaak ‘de monstrans van Lodewijk XV’ genoemd, en terecht. Die benaming voert ons terug naar 2 juli 1747. Het was monseigneur Simenon, die in zijn standaardwerk over Vlijtingen uit 1901 voor het eerst de historische band met de oorlogsgebeurtenissen van die dag benadrukte. Hiervoor moeten we terug naar wat er in de voormiddag van die dag gebeurde. Op de ochtend van 2 juli 1747 stonden twee enorme troepenmachten in Lafelt tegenover elkaar in slagorde opgesteld. Zuidelijk de Franse troepenmacht, noordelijk een geallieerde troepenmacht bestaande uit Oostenrijkers, Engelsen, Hollanders en een aantal hulptroepen uit Hannover, Beieren en Saksen. Zonder hierover in detail te gaan, hadden de Engelsen die ochtend de dorpen Vlijtingen en Lafelt verlaten om defensieve redenen, waarbij zij echter deze dorpen in brand hadden gezet zodat ze door de Fransen niet meer als verdedigingspost konden ingenomen worden. Toch was het juist deze actie die de aandacht van de Franse generaals naar Lafelt trok, met het gekende gevolg. In de late namiddag was de slag beklonken. 15 000 militairen bleven dood of gewond achter op het slagveld, en de aanblik van de dorpen moet zondermeer troosteloos geweest zijn. Zelfs de romaanse kerk van Vlijtingen werd niet ontzien en viel ten prooi aan een aantal plunderaars. Pas negen dagen later wist pastoor Wijckmans van Vlijtingen eindelijk tot bij de landsheer in Maastricht te geraken, het Sint-Servaaskapittel. De belangrijkste bron voor wat er gebeurde, danken we aan de kroniek die de toenmalige deken van het kapittel opstartte in die oorlogsjaren. De deken schrijft: ‘Den 11de (juli 1747) heeft de pastoor van Vleitingen aangebrogt, dat de franse naer de Battalie de Kerck van Vleitingen hadden uytgeplundert, en niet alleen ‘t geene particuliere aldaer hadde geflugt, maer ook de Kellik, Ciborie, remonstrance en alle Kerkelycke ornamenten hadden weggenomen, dog dat sy het Tabernacle niet hadden geoopent…’. Het kapittel beloofde aan een oplossing te werken, gezien de vervanging van de nodige kerkornamenten hun verantwoordelijkheid was. Maar via nog ongekende weg was het gebeurde tot bij het Franse Hof en de koning geraakt. Die verbleef toen met zijn enorme huishouding in weelderige luxe bij het kasteel van Hamal (Tongeren). Reeds in september 1747 kon de deken van het Sint-Servaaskapittel het volgende noteren: ‘De Heer van Sechelles Intendant van de Konink van Vranckrijk vergunt aen de Pastoor van Vleitingen 2400 franse Livres voor de geleede Schaede, te weeten 1800 voor de Kerck, en 600 voor de Pastoor, De monstrans van Lodewijk XV RIEMST Een detail uit de Demarnekaart van de streek. Bij Vlijtingen staat: ‘Village que les Alliées on Brulé avant la Bataille’. JULIEN DAENEN dewelke ook in goede franse mundt syn betaelt worden’. Met dit geld werd onder andere de fraaie zonnemonstrans besteld bij een Luikse zilversmid, Bastin Martini. En dankzij de goede zorgen van de kerkmeesters in Vlijtingen kon dit historische object de volgende grote crisissen doorstaan, de Franse Revolutie en niet te vergeten de zware bombardementen van 10 mei 1940. Lodewijk XV ontvangt op de Sieberg te Herderen de gevangen genomen Engelse generaal Ligonier. Naar verluidt wijst de koning ostentatief naar het brandende Vlijtingen. (Versailles, Galerie des Batailles)
De Nacht van het Religieus Erfgoed WELLEN OKTOBER 2025 I ERFGOEDHASPENGOUW.BE 5 Op 18 september 2025 waren iets meer dan honderd deelnemers te gast op drie locaties rond de hoofdkerk van Wellen. Ze maakten kennis met divers religieus erfgoed van de kerk, de kapel, het klooster en het kerkhof van Wellen. Dankzij boeiende sprekers en enthousiaste deelnemers werd het een geslaagde editie met een gesmaakt concert als afsluiter. Samen klonken we nadien op een mooi erfgoednajaar! Foto’s: Kevin Vanhees
6 ERFGOEDKRANT HASPENGOUW I OKTOBER 2025 De kapel werd in 1714 ingehuldigd, precies een jaar voordat de initiatiefnemer overleed. De latere bouw van een schooltje met internaat bij de kluis heeft hij wellicht niet meer meegemaakt. Maar dat het goed gedijen was in Vrijhern blijkt uit het feit dat na hem de kluis door twee dozijn kluizenaars – meestal lekenbroeders – bewoond werd. ‘In 1904 trok de laatste broeder Martinus Brepoels de deur achter zich dicht nadat zijn medebroeder Lambertus Meesters overleden was’, volgens Noel. ‘Datzelfde jaar nog verkocht de COO de resterende inboedel en werd de geseculariseerde kluis verpacht als boerderij, terwijl de kapel haar functie behield en de pastoor van Riksingen er de diensten verzorgde. De ‘kluisboerderij’ verkommerde gaandeweg totdat in 1968 broeder August Hansen en zijn broer Guido uit Henis zich erover ontfermden en haar geleidelijk aan restaureerden. Daarna werd de kluis opnieuw een plek voor ontmoeting en geloofsbeleving.’ Hoeveel uren en dagen ze er precies mee bezig zijn, en er nog zullen aan werken, kunnen Chantal Swerts en Arnould Daenen bij benadering niet zeggen, maar laat ons het op héél veel houden. Vanuit de gedachte ‘Het behoud van ons collectief geheugen begint bij het zorgvuldig beheren van archieven’ begon- nen ze in 2019 met de inventarisatie en het digitaliseren van het archief van de Kluis van Vrijhern. Het is een monnikenwerk. Zeg maar, meer toepasselijk: een kluizenaarswerk. Het vergde van beide enthousiastelingen veel geduld, tijd, zorgvuldigheid, concentratie en volharding. ‘Het uitgangspunt was in eerste instantie om het eigen archief van de Studiegroep dat betrekking heeft op de Kluis van Vrijhern, samen met het archief van de kluis te inventariseren, te klasseren, te nummeren en te omschrijven. Zo worden ze voortaan makkelijker terug te vinden, voor wie dan ook’, zegt Noel. ‘Al de stukken werden eveneens gescand, gedigitaliseerd en in een databank opgenomen. Het ging om originele documenten die nog uit de Kluis kwamen en beheerd werden door de Vrienden van de Kluiskapel, en documenten uit het archief van de Studiegroep: van het eertijdse Bureau de Bienfaisance, de Armentafel en de kerkfabriek van Riksingen, en de Commissie van Openbare Onderstand – de voorloper van het OCMW – van Riksingen en Hoeselt en nu dus Bilzen-Hoeselt.’ Noel geeft uitleg over het ontstaan van de Kluis van Vrijhern: ‘Het gehucht Vrijhern ontstond nabij een Romeinse villa in het Steenbroek, het natuurgebied op de grens met Sint-Huibrechts-Hern en Neerrepen. Tot 1793 was het een piepkleine woonkern die op bestuurlijk vlak deel uitmaakte van Tongeren, dat op zijn beurt tot het Prinsbisdom Luik behoorde en op kerkelijk vlak afhing van de kapel van Riksingen. Het was een afgelegen buurt en een uitgelezen plek voor wie rust en stilte zocht. Dat moet ook broeder Geurt Van Elst gedacht hebben. Hij bouwde in dit godvergeten landschap, niet ver van de Annakapel langs de heirbaan Tongeren-Bilzen, een hermitage: een bescheiden hut voor een heremiet of kluizenaar, als voorloper van de latere echte kluis. Wanneer dat precies gebeurde is niet geweten, wellicht halverwege de 17e eeuw.’ In 1677 sloeg het noodlot toe en ging Geurts’ kluis in de vlammen op. Hij liet echter het hoofd niet hangen en bouwde een nieuwe kluis, maar ook die werd in 1703 gedeeltelijk verwoest door Franse troepen die onze contreien bezetten tijdens de Spaanse successieoorlog. Geurts’ opvolger, broeder Jacobus Vandebrouck uit Hasselt, bouwde daarop een nieuwe kluis. Daarnaast kwam – na drie pelgrimages naar het bedevaartsoord Loreto – een exacte kopie van de Italiaanse kapel, ook wel ‘Het Heilig Huisje van Nazareth’ genoemd. ‘Het originele relaas van zijn boeiende reizen hebben we teruggevonden en is één van de topstukken van het kluisarchief’, glunderen de twee onderzoekers. BILZEN-HOESELT ‘Het gebouw stond op grond die de kluizenaar als schenking had ontvangen van Hubert-Maximiliaan de Brouckmans, Heer van Werm’, weet Noel. ‘Die originele notariële akte uit 1709 bevindt zich in ons archief. Een topstuk, want ze is het belangrijkste document uit de geschiedenis van de kluis. Naast andere voorwaarden staat er uitdrukkelijk in dat alle goederen terug gaan naar de Heilige Geesttafel van Werm – de latere COO en nog latere OCMW - bij het verdwijnen van de laatste ‘godminnende’ kluizenaar. En dat is ook gebeurd, want de kluis en aanhorigheden zijn vandaag eigendom van de Stad Bilzen-Hoeselt en vallen onder haar bevoegdheid.’ Nog in 1709 kreeg broeder Vandebrouck toestemming van de deken van het Tongerse Onze-Lieve-Vrouwkapittel om ‘zijn’ kapel te bouwen op voorwaarde dat hij zich zou schikken naar de geestelijke leiding van de pastoor van Riksingen en niet de plaats zou innemen van de parochiekerk van Riksingen, noch van de moederkerk in Tongeren. De laatste bewoners: broeders Martinus en Lambertus Het archief van de Kluis van Vrijhern EDDY VANDOREN Topstuk schenkingsakte Hubertus Brouckmans heer van Werm 1709 Kluis van Vrijhern Arnould (Noel) Daenen en Chantal Swerts
OKTOBER 2025 I ERFGOEDHASPENGOUW.BE 7 Een troon voor het schrift In de gurdwara word ik begeleid door een paar jongeren van de gemeenschap, waaronder Gurdbhaar en Gurjot Singh. Het eerste wat ze mij tonen, is de Palki Sahib. Dit is de gouden troon waarop het heilige schrift, de Guru Granth Sahib, overdag wordt geplaatst. De originele troon in de gurdwara van Alken was van hout gemaakt, maar werd later ingeruild voor een goudkleurig exemplaar. De Palki sahib is een baldakijn. Boven de draagstructuur bevindt zich de chanani, een gespannen doek dat als overkapping van de Guru Granth Sahib dient. Vooraan vind je enkele symbolen, waaronder: de Khanda (het symbool van sikhisme), de kirpan (rituele zwaarden, symbool van de plicht van elke sikh om rechtvaardigheid te handhaven) en de golak (een donatiebox voor de gemeenschap). Ten slotte bevindt zich achteraan de Manji Sahib. Dit is een klein bed waarop men overdag het heilige schrift legt en bedekt met een speciaal doek dat rumalla wordt genoemd. Het erfgoed in de gurdwara van Alken ALKEN De slaapplaats Na het gebed brengt de Granthi of dominee de Guru Granth Sahib naar een kleine slaapzaal aan de linkerkant van de gebedshal. De Guru Granth Sahib is in de ogen van de sikhs geen boek, maar een persoon. In het sikhisme waren er tien goeroes, die tussen de 15e en de 18e eeuw de religie vorm hebben gegeven. De tiende en laatste goeroe, Gobind Singh, besloot om zichzelf als laatste menselijke goeroe te zien en de Guru Granth Sahib de titel van ‘eeuwige goeroe’ te geven. Deze titel zorgt ervoor dat de Guru Granth Sahib niet zomaar overal bewaard kan worden, en dat er strikte rituelen verbonden zijn aan de zorg ervan. Zo wordt de Guru Granth Sahib elke dag gewekt bij zonsopgang en ritueel op de Manji Sahib gelegd. Na de vaste ochtendgebeden wordt het boek geopend op een willekeurige pagina, en het eerste volledige vers op die pagina vormt het gebed van de dag. Na de ceremonie wordt het heilige schrift weer te slapen gelegd. Een en ander ontdekten Chantal en Noel tijdens het secuur en geduldig uitpluizen en inventariseren van de vele archiefstukken. ‘In het totaal vonden we welgeteld 2 399 documenten – van piepkleine handgeschreven en nauwelijks leesbare notities, over heremietvoorschriften, transcripties, foto’s, briefwisseling, schoolinformatie… tot authentieke notariële akten. We deelden ze vervolgens in 258 mappen in, die uiteindelijk 11 archiefdozen vulden’, verduidelijkt Chantal. Dat alles gebeurde keurig volgens de instructies die ze meekregen tijdens vormingsmomenten van Erfgoed Haspengouw – dat ook logistieke en financiële steun verleende - en onder deskundige begeleiding van het Limburgse bedrijf Dépot d’Histoires. Op die manier zetten de twee begeesterde – weliswaar uitgeweken - Hoeselaren het werk voort van Alexen Filibert Coenen, de pioniers van de Hoeseltse Geschiedkundige Studiegroep, en ook van pater Gust Hansen, die eerder al een gigantisch werk verrichte. Oud handschrift uit de Kluis In de kijker Om het erfgoed van deze gemeenschap verder uit te lichten, is KADOC in oktober 2024 gestart met het driejarige erfgoedproject ‘Sikhisme en memory making’. In samenwerking met partners uit de culturele en erfgoedsector, waaronder Erfgoed Haspengouw, en met steun van de Vlaamse overheid, wil dit project het erfgoed van de sikhgemeenschappen in kaart brengen en de gemeenschappen ondersteunen met hun erfgoednoden. Verder zet het proces ook in op ‘memory making’. Aan de hand van religie en migratieverhaal. Ook zijzelf kijken positief naar dit project. Gurbhaar Singh: ‘Mensen weten vaak niet wie we zijn, waarin we geloven en waarom we bijvoorbeeld onze tulband dragen. Ik hoop dat dit project gaat helpen om onze religie wat bekender te maken in België.’ Gurjot Singh: ‘Op school heb ik nooit geleerd over mijn religie en in België weet men niet goed wat het sikhisme is. Ik hoop daarom dat dit project mensen introduceert in wat wij geloven en dat dit een eerste stap kan zijn naar de erkenning van onze religie.’ De sikhs zijn al jaren niet weg te denken uit het straatbeeld van Haspengouw. In de jaren 1980 kwamen de eersten aan vanuit Punjab. Vandaag zijn er ongeveer 25.000 sikhs in België, waarvan de grootste gemeenschap in Zuid-Limburg woont. Ook zijn er drie gurdwara’s of godshuizen gevestigd in Haspengouw: in Sint-Truiden, in Hoepertingen en in Alken. Hoog tijd om het erfgoed van deze gemeenschap in de kijker te zetten. Een voormalige kledingwinkel Het is druk op zondagvoormiddag aan de Steenweg in Alken. Van half 11 tot half 4 komt de Alkense sikhgemeenschap samen voor het gebed in een voormalige kledingwinkel. Sinds 2013 bevindt zich hier de jongste van de drie gurdwara’s in Haspengouw. Het gebouw is meer dan een plaats voor gebed. Het is een ontmoetingsplaats voor de lokale sikhgemeenschap en iedereen die het nodig heeft, kan er mee- eten. Dat dit altijd op zondag gebeurt, is historisch zo gegroeid. De sikhs hebben geen heilige dag zoals de christenen, joden en moslims, maar hadden in België wel op zondag vrij, waardoor ze zondag als vaste dag voor het gebed hebben uitgekozen. De gurdwara is wel open op andere dagen, maar de meeste sikhs blijven toch op zondag gaan. intergenerationele interviews en tools die het project aanreikt, worden de migratie- en familieverhalen gecapteerd. Ten slotte wil het project met deze verhalen en het erfgoed ook het verhaal van deze bijzonder interessante gemeenschappen bekendmaken voor het grote publiek met verschillende publieksprojecten. Voor dit project is de ondersteuning vanuit de sikhgemeenschap belangrijk. Vooral de jongere generatie speelt hierin een cruciale rol. Door conversaties in de gurdwara en individuele voorgesprekken met sikhs, krijgen we een betere blik op hun cultuur, ALEXANDER HILKENS ‘Ik hoop dat dit project mensen introduceert in wat wij geloven.’ Gurjot Singh
8 ERFGOEDKRANT HASPENGOUW I OKTOBER 2025 Leerkrachten op weg helpen om lokaal cultureel erfgoed in de klas te brengen, hoe doe je dat? Erfgoed Haspengouw wil alvast vérder gaan dan het doorgeven van historische feitenkennis. Erfgoed biedt leerlingen immers mogelijkheden om op een heel concrete manier het verleden te ontdekken. Maar ook om na te denken over onze omgang met de ‘materiële resten’ van dat verleden. Een leerwandeling met toekomstperspectief SINT-TRUIDEN In de podcast komen de leerlingen meer te weten over het ontstaan van de drie sites en het leven binnen de muren tijdens de middeleeuwen. Op elke plek neemt een vroegere bewoner de luisteraar mee op een tijdreis: abt Willem van Rijkel, grootmeesteres Odegava en broeder Pacificus. Ze vertellen over het leven van de religieuzen in de 13e eeuw en richten de blik op details die te zien zijn op de sites. Als creatieve verwerking mogen de leerlingen onder meer een grafschrift schrijven, een mysterieuze abt in de crypte zoeken, een muurschildering van nabij bekijken, een heiligenverhaal reconstrueren en het thema ‘erfgoed’ verder uitdiepen. De proef op de som Op 7, 8 en 9 mei 2025 deden zo’n 230 leerlingen van Hasp-O-Centrum en van GO! Atheneum de leerwandeling. Best een spannende try-out! Natuurlijk bleek nadien dat er nog wat bij te schaven was. Maar de algemene teneur bij leerlingen en leerkrachten was: ‘Leerrijke wandeling, boeiende kennismaking met ons erfgoed en heel geschikt voor de lessen over de middeleeuwen’. Het betekent dat leerwandeling herhaald kan worden en een toekomst heeft. Duurzaam, ja, maar hoe? Erfgoed Haspengouw legde samen met Leen Jansen van Museum DE MINDERE de laatste hand aan de bundel voor de leerkrachten. Hiermee kunnen leerkrachten, zonder extra werk, de wandeling en de opdrachten eenvoudig voorbereiden. Omdat we aanvoelen dat de leerwandeling, de creatieve activiteiten en de lessen bruikbaar blijven voor scholen binnen en búiten Sint-Truiden, willen we het pakket toevoegen aan het scholenaanbod van de stad. Vanuit die overtuigingen gingen Erfgoed Haspengouw, de Lerarenopleiding Geschiedenis van PXL Hogeschool en Kathleen Dignef, geschiedenisleerkracht van HaspO-Centrum, een samenwerking aan. Twee schooljaren lang ontwikkelden PXLstudenten een interactieve leerwandeling voor leerlingen van de 2e graad SO, met podcastfragmenten en opdrachten op drie erfgoedsites. Bij de leerwandeling horen ook twee uitgewerkte lessen voor op school, één les voor en één na de wandeling. Maarten Meys, een stagiair van Erfgoed Haspengouw, herwerkte tijdens het afgelopen schooljaar de podcastteksten en de creatieve verwerkingen. Cohousing in de XIIIe eeuw ‘Hoe deed men aan cohousing in Sint- Truiden tijdens de 13e eeuw?’ Dat was de uitgangsvraag voor de leerwandeling. Samen- wonen met huisgenoten, dat is herkenbaar voor jongeren. Het leven in de middeleeuwen, waaronder het ontstaan van religieuze ordes, staat op het lesprogramma in het derde middelbaar. Cohousing in de 13e eeuw is dus een ideaal thema, dat mooi geïllustreerd wordt op drie Truiense sites: de abdij van Sint-Trudo, het begijnhof en het minderbroedersklooster (nu Museum DE MINDERE). Erfgoed Haspengouw tast in de (aardappel)zakken! Voor vijf lagere schoolklassen uit Haspengouw hebben wij een doe-het-zelf-aardappelpakket (kweekzak, potgrond, pootgoed, gieter, schepje en lesbundel) om aardappeltjes met de klas te telen. Je start in februari met het voorkiemen, plant het pootgoed in maart en oogst in juni. Leerlingen vinden het super om hun zelfgekweekte aardappeltjes – liefst nog als verse frietjes – te kunnen opeten! De eerste vijf leerkrachten die mailen naar info@erfgoedhaspengouw.be ontvangen eind januari het aardappelpakket op school! Mis de nieuwe patatjes niet!! Daisy Dierckx (Dienst Toerisme SintTruiden): ‘Om de middeleeuwen te leren kennen moeten scholen echt niet naar Gent of Antwerpen. Deze ’podwalk’ belicht ons lokale erfgoed en speelt in op de lesinhouden van het 3e jaar secundair onderwijs. Een mooie aanvulling voor onze gegidste rondleidingen! Scholen kunnen de wandeling gratis boeken en op eigen tempo afleggen. De lesbundel bezorgen we via mail. Als stad bereiken we een breder publiek dan de drie sites elk afzonderlijk kunnen bereiken. Zo is dit win-win voor alle partijen.’ – TIP VOOR LEERKRACHTEN – Wil je de podcast- fragmenten op de drie sites beluisteren? Download de gratis Erfgoedapp, klik op het kompas en geef ‘Paters en begijntjes. Cohousing’ in het zoekvak in. Je kan thuis luisteren maar ter plekke zijn de verhalen nog sprekender!
Omroep Voeren is wat we vroeger een ‘vrije radio’ noemden. Maar wat is dat ook alweer? Het verhaal van de vrije radio’s in Vlaanderen en Wallonië begint in de jaren 70, 80 van vorige eeuw toen heel wat lokale, niet-commerciële zenders ontstonden als alternatief voor de nationale omroep. Met beperkte middelen – een batterij, radiozender en een antenne - zonden deze radio’s uit zonder vergunning en zonder betaling van royalty’s aan muziekautoriteiten als SABAM. Dat maakte hen illegaal maar gaf hen ook veel vrijheid in programmering en bedrijfsvoering. Hun bereik varieerde van enkele honderden meters tot enkele kilometers. In Haspengouw hoorden o.m. Radio Baccara in Sint-Truiden, Vrije Radio Wellen en Arcan Radio in Bilzen tot de baanbrekers. Ze werden gerund door idealisten die kickten op het clandestiene van hun hobby. Naast populaire muziek brachten ze nieuws uit de straat en lokale informatie. Omwille van hun hoge Robin Hood-gehalte genoten ze de steun en waardering van de bevolking. Sinds 2003, toen een nieuwe wet de vrije radio’s toeliet om officieel uit te zenden en de frequenties werden toebedeeld, opereren ze legaal en spreken we van lokale omroepen. Maar terug naar Voeren. In 1963 werd de Voerstreek geannexeerd aan Limburg en werden Moelingen, ‘s-Gravenvoeren, Sint- Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren, Teuven en Remersdaal Vlaamse gemeenten. Dat was niet naar de zin van een aantal Franstaligen die zich verenigden in een Waalsgezinde groep onder leiding van José Happart. Met zijn Retour à Liège wilde hij de Voerstreek terug aan de provincie Luik koppelen. Anderzijds ontstond er ook een Vlaamsgezinde groep onder leiding van Huub Broers, die de overheveling naar Limburg steunde. VOEREN Na de fusie begin 1977 van de zes dorpen tot de nieuwe gemeente Voeren startte de Waalsgezinde groepering de zender Radio Fouron Wallonie. Vanaf 9 maart 1979 zond hij iedere vrijdagavond een halfuur uit. Als tegenzet richtte Huub Broers Radio Voeren Uilenspiegel op, Vlaanderens eerste protestradio. De naam werd geïnspireerd op Tijl Uilenspiegel, de vrijbuiter en avonturier die al eens een loopje nam met de gangbare normen, een stijl die de radio wel lag. Om de Franstaligen te jennen werd beslist de uitzendingen te starten net voor Radio Fouron Wallonie in de ether ging. Tijdens de beginperiode werd een half uur lang uitgezonden, later werden de uitzendingen al gestart om 19 uur, en op die manier verdedigde Radio Voeren Uilenspiegel elke vrijdagavond de Vlaamse belangen in en van de Voerstreek… iets dat de latere Omroep Voeren inspireerde. ‘De eerste uitzending van Omroep Voeren was in 2013, ook al bestond de gelijknamige vzw reeds van in 2007. Door het slechte internet in Voeren en de afwezigheid van een vrije etherfrequentie konden we niet eerder opstarten’, herinnert zich pionier Jean-Pierre Duijsens. Samen met naamgenoot Roger Duijsens (geen familie!), Ann Ketelslegers, Luk Prevoo, Pascal Beuken en Toby Warnier vormt hij de harde kern van de omroep. ‘Alle pogingen ten spijt konden we maar geen frequentie vastkrijgen’, vult Roger aan, ‘tot in september 2013, toen we naar aanleiding van de septemberkermis een tijdelijke frequentie konden versieren. Want dat was van meet af aan onze doelstelling: we zagen de radio als bindmiddel tussen de inwoners en dorpen en wilden de lokale evenementen, feesten en tradities – kortom ons erfgoed – zoveel mogelijk onder de aandacht brengen en voor de volgende generaties vastleggen.’ Die allereerste memorabele uitzending – met onder meer een interview met Raymond van het Groenewoud – werd bijzonder goed ontvangen door de Voerenaren, letterlijk en figuurlijk. Ze werd ver- zorgd door Jean-Pierre Duijsens als presentator en Emiel Lemmens als technicus. ‘Toen in 2015 een voorpost van de brandweer van Bilzen in Voeren werd geopend en we dat aangrepen om een uitgebreid verslag te verzorgen, waren we echt vertrokken. Niet veel later richtten we ons op de Kerstperiode met de uitzending van de eucharistieviering, kerstboodschappen van luisteraars en lokale muziek… en ook dat zorgde voor een versterking van de onderlinge sociale contacten’, meent Jean-Pierre. Toen het coronavirus in 2020 toesloeg en heel de wereld verplicht werd afstand te houden om de verspreiding van het virus te beperken – social distancing, weet je nog? – was Omroep Voeren zowat de lijm die de dorpen verbond. ‘In 2021 namen we coronaproof een film op van het lokale carnaval, met beeld- en fotomateriaal van de verenigingen. Toen zonden we ook carnavalsschlagers uit, brachten de historiek van de verenigingen weer tot leven, lieten carnavalisten aan het woord met leuke anekdotes… Kortom ook dit erfgoed – dat in het DNA zit van de Voerenaren – wilden we vastOKTOBER 2025 I ERFGOEDHASPENGOUW.BE 9 leggen voor het nageslacht. Sindsdien zijn we wekelijks uitzendingen gaan verzorgen’, zegt Jean-Pierre. Vanuit eenzelfde erfgoedgedachte werden in het recente verleden uitzendingen verzorgd over o.a. het Dreiländereck Schutterstreffen, de benefiet naar aanleiding van de overstromingen van 2021, het Oktoberfest, diverse optredens en feesten in het Vlaams Cultureel Centrum en programma’s vanuit het lokale woonzorgcentrum Ocura. ‘Legendarisch zijn beslist ook de uitzendingen naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in 2024’, vult Roger aan. ‘In de aanloop naar de verkiezingsdag lieten we al de Vlaamse kandidaten aan het woord. Neen, geen Franstaligen want dat zou leiden tot een ongekende storm van protest. We kregen er hoe dan ook ontzettend veel goede reacties op en dat stimuleert ons om op de ingeslagen weg verder te gaan.’ EDDY VANDOREN Omroep Voeren houdt het op een overzichtelijke programmering. Op weekdagen wordt non-stop muziek gedraaid – 24 op 24 – en op zaterdag zijn de vaste rubrieken Goede morgen Voeren (van 8 tot 10 u), Voeren Info (van 10 tot 12u), Kriskras door de platenkast (van 12 tot 14 u), Stimmung, Spass und Vollgas (van 15 tot 17 u) en Dré’s Blues (van 19 tot 21 u). Tussendoor wordt non-stop de gezelligste muziek gedraaid. Daags nadien, op zondag, wordt de zaterdaguitzending herhaald. Omroep Voeren is te beluisteren via de livestream (website/V-tuner) en tijdens belangrijke gebeurtenissen via 96.0 FM. Ook via de apps TuneIn of Radioplayer valt hij te beluisteren op tablet en smartphone. Omroep Voeren – de beginperiode – een tot studio verbouwd zolderkamertje Jean-Pierre en Roger DuijsensOp locatie tijdens het Oktoberfest Omroep Voeren verbindt Voerense Vlamingen en verenigingen
na het nemen van een scan. Een geluidssignaal is heel handig voor degene die scant, maar andere archiefbezoekers appreciëren dit niet… Met acht leden worden de dossiers vervolgens verwerkt. Elk lid krijgt een vijftigtal dossiers toebedeeld en verwerkt deze volgens een algemeen sjabloon. Dit sjabloon geeft een overzicht van alle gegevens in het dossier en eventuele bijzonderheden. De werkgroep overloopt gezamenlijk deze overzichten en vult ze eventueel aan met extra genealogische Na het grote succes en de lovende reacties op hun onderzoek, tentoonstelling en publicatie over WO I in Heers, besluiten de leden van de werkgroep om een soortgelijk onderzoek te doen naar oud-strijders en weerstanders van WO II. Ze kunnen hierbij rekenen op elkaar én op de trouwe hulp van een scanner. Het onderzoek gebeurt heel grondig. Militieregisters, gemeenteraadsverslagen, doodsprentjes, oorlogsschadedossiers… Al deze documenten worden bekeken, indien nodig gedigitaliseerd en vervolgens verwerkt. Op basis van deze gegevens stelt de werkgroep een lijst samen met namen en geboortedata van de oud-strijders en weerstanders uit Heers. Daarmee trekken ze naar het Rijksarchief in Hasselt om er de militaire dossiernummers op te zoeken. Met die dossiernummers vragen ze de bijhorende dossiers aan in Brussel, bij het Algemeen Rijksarchief 2 – depot Joseph Cuvelier. Gewoon in het archief de dossiers gaan inkijken is geen optie, want de lijst beslaat meer dan 400 dossiers. Scannen dan? Mag dat? Elie Missotten van de werkgroep neemt hierover contact op met het archief en krijgt te horen dat digitaliseren enkel mag zonder lichtbron. Benny Porta heeft een draagbare documentenscanner die zonder lamp kan scannen. De werkgroep wil er graag een aankopen en klopt aan bij Erfgoed Haspengouw om hiervoor subsidies aan te vragen. De jury keurt hun aanvraag goed. De scanner wordt aangekocht en de werkgroep trekt met de scanner en vijf leden naar Brussel. Na een eerste test blijkt hun werkwijze bijzonder efficiënt. Een dossier uit de doos halen, documenten klaarleggen onder de scanner, de scanner met de laptop bedienen... Ieder heeft zijn rol en ze raken al snel op elkaar ingespeeld. Zelfs al zijn veel papieren fragiel of nog vastgezet met een nietje of speld, bij de volgende bezoeken slaagt de werkgroep erin honderd dossiers te digitaliseren op een volledige dag in Brussel. Negen bezoeken later zijn alle dossiers gescand. De werkgroep heeft nu ook weet van een extra vereiste voor de ideale scanner: die mag geen geluidje maken WO II onder de scanner HEERS Toneelvereniging Het Kringetje uit Nieuwerkerken bestaat al meer dan 40 jaar. Voorzitter Geert Clerix heeft voor ons gesprek de affiches van voorbije producties uitgestald. Hij is al lid sinds 2004. Als jonge gast kreeg hij de smaak van het amateurtoneel te pakken op de technische school van Hasselt en belandde zo bij de toneelvereniging van Kortessem. Toen Geert jaren later naar Nieuwerkerken verhuisde, was het een logische stap om te gaan spelen en later ook te regisseren bij Het Kringetje. Het theaterseizoen start in juni met de rondvraag bij de leden naar hun engagement voor de volgende productie. Iedereen kan aangeven of hij of zij wil spelen, het licht, geluid of de catering verzorgen, het decor timmeren of de tekst van het nieuwe stuk wil uitzoeken. Wanneer duidelijk wordt hoeveel acteurs er zijn, gaat het leescomité op zoek naar een geschikt stuk. Ze struinen het internet af, gaan naar de bibliotheek of op bezoek bij de conculega’s van nabijgelegen theatergroepen en nemen daarna contact op met het toneelfonds om de gekozen tekst aan te kopen in het gewenste aantal exemplaren. Het Kringetje speelde al stukken van internationale auteurs als Camoletti, bekend van Boeing Boeing en het Britse duo Chapman & Cooney. Natuurlijk ook van de Vlaamse succesauteur Ruud De Ridder maar evengoed komen minder bekende stukken aan bod. In 2019 stond er zelfs een musical op de affiche en dat was echt een kolfje naar de hand van Geert Clerix. Als 14-jarige zong hij in huwelijksmissen en ook vandaag zingt hij in twee coverbands. Zijn muzikale kwaliteiten komen goed van pas op de jaarlijkse bloesemnocturnes. Op vraag van de lokale fruitboeren treedt de vereniging dan op met liedjes en sketchjes tussen de vuurpotten in de maanverlichte boomgaarden rond Nieuwerkerken. Wanneer het stuk is geselecteerd, komt de regisseur op de proppen. Meestal is dat iemand van buiten Het Kringetje. En dan begint het harde werk. De groep repeteert gemiddeld zo’n 32 tot 36 keer voor elk stuk. Bij de start in oktober één keer per week. Later wordt dat tweemaal per week en de maand voor de première komen de acteurs minstens drie keer per week samen in De Brug, het ontmoetingscentrum van Nieuwerkerken. Tijdens deze laatste fase hebben de handige Harry’s en Harriettes het decor opgebouwd en wordt er tussen de coulissen gerepeteerd. Voor de attributen wordt iedereen ingeschakeld. Zo knutselden de leden ooit een hele winter aan een levensgroot paard van papier-maché voor het stuk De Roze Ridder. Ook werden er 2 katten in elkaar gepuzzeld. Rekwisieten die nu veilig en droog bewaard worden in de frigo van een oude fruitloods. Voor het geluid en de techniek doet de vereniging beroep op de kennis van Open Doek. Deze koepelorganisatie stuurt op aanvraag een stem- of lichtcoach ter plaatse. De laatste maand leeft de hele ploeg intens samen en gaan ze vaak eten afhalen bij bevriende sponsorbedrijven. Optreden voor een duizendkoppig publiek! NIEUWERKERKEN En dan komt het moment van de grote ontlading; de première, begin maart. Maar niet vooraleer er een try-out is gedaan met in het publiek enthousiaste bejaarden uit de woonzorgcentra van Nieuwerkerken en omstreken. Deze toeschouwers zijn vaak zo laaiend dat ze hun kinderen en kleinkinderen aansporen om een ticket te kopen. Daardoor raken de voorstellingen snel uitverkocht en treedt Het Kringetje in de daarop volgende voorstellingen op voor een publiek van in het totaal meer dan duizend mensen. De sfeer zit er tegen dan dik in en de 23 leden tussen 16 en 76 jaar zijn uitgegroeid tot een hechte groep die ook op het podium grapjes met elkaar uithalen. Zo werd het water in de jeneverglaasjes al eens vervangen door azijn. Ook in de zaal is de ambiance groot door de gezellige opstelling: het publiek zit aan losse tafeltjes met kaarsjes MIEKE PAULISSEN gegevens. De werkgroep plant ook bezoeken bij de families en woonzorgcentra om verhalen vast te leggen. Ook de scanner mag dan mee om persoonlijke documenten en foto’s te digitaliseren. En misschien ligt er bij Cegesoma ook nog informatie te ontdekken. Dan wordt de scanner opnieuw aan het werk gezet. Op basis van al dit onderzoekswerk krijgt elke oud-strijder en weerstander, in een later stadium, een biografie in de publicatie. Het belooft een zeer boeiend naslagwerk te worden! ERFGOED HASPENGOUW MET DE STEUN VAN 10 ERFGOEDKRANT HASPENGOUW I OKTOBER 2025 De werkgroep aan de slag in het archief in Brussel
OKTOBER 2025 I ERFGOEDHASPENGOUW.BE 11 Het is een warme zomermiddag als ik te gast ben bij Willy Boghe en zijn vrouw Christine in Bossut. De koffie geurt en op de terrastafel lonkt ‘tarte de Chaumont-Gistoux’, een stukje lokaal erfgoed met een heerlijke suikerkorst. Willy is al enkele jaren één van onze ‘erfgoedklasbakken’ en ook nu weer vallen me zijn verwondering en enthousiasme op. Klasbakken ‘Erfgoedklasbakken’, dat zijn onze gepassioneerde vertellers of erfgoedkenners. Elk jaar weer, tijdens de Erfgoedweken - de week voor en de week nà Erfgoeddag - stuurt Erfgoed Haspengouw zijn ‘zonen en dochters’ uit. Ze opereren op hun eentje, als verzamelaar, onderzoeker, gids, of ze zijn actief in een vereniging, archief, erfgoedplek. Ze hebben een hart voor ‘hun’ erfgoed en hebben er ook de mond van vol. Ze trekken met hun verhalen, voorwerpen, foto’s... naar de Haspengouwse scholen om kinderen en jongeren warm te maken voor ons erfgoed, onze geschiedenis, kunstschatten, tradities, ambachten gastronomie… Louis Boghe Willy bracht tijdens de Erfgoedweken onder meer in basisschool De Regent in Gingelom het zeer persoonlijke verhaal van zijn vader, Louis Boghe uit Bierbeek. Die werd als jonge boerenzoon in 1939 gemobiliseerd, in mei 1940 ingezet in de strijdmacht en kort daarna krijgsgevangen genomen. Bij zijn thuiskomst in 1941 schreef Louis een dagboek vol over zijn omzwervingen en ervaringen. Willy toont me het schrift met de stoffen kaft. Het regelmatige, kleine handschrift op de vele bladzijden, tot en met de laatste zin (‘Zoals het klokje thuis tikt…’) grijpen me aan. ‘Mijn vader moet dit neergeschreven hebben wellicht om te verwerken wat hij meemaakte. Maar daarna heeft hij er nooit meer over gepraat. Over de oorlog kón niet gepraat worden.’ Van schrift naar erfgoed Het dagboek werd voer voor een boek, met de hulp van een auteur. ‘Het pure, menselijke verhaal van mijn vader gaat verder dan mijn persoonlijke afkomst en familie’, zegt Willy. ‘Natuurlijk wilde ik een eerbetoon brengen aan mijn vader. Maar ik wil zijn verhaal ook niet verloren laten gaan omdat het zo universeel is. Het is de geschiedenis van de oorlog bij monde van de gewone mens. Het treft me hoe weinig we nog spreken over de oorlog. Terwijl er zoveel oorlog gaande is. Het verhaal van mijn vader blijft actueel en spreekt ook vandaag nog aan.’ Willy ging gedreven op zoek naar alle mogelijke informatie om de vermelde feiten te documenteren. Hij verzamelde foto’s, krantenartikelen, brieven en getuigenissen. De omzwervingen van Louis werden de zijne. Hij bezocht plaatsen in de Ardennen, Duitsland, West-Vlaanderen en vond er nog meer verhalen. Veel van die bijkomende documentatie belandde in de tweede editie van het boek, beduidend dikker dan het eerste. En ook in zijn goed gestoffeerde presentatie. Verhalen vertellen ‘Ik breng het verhaal van mijn vader als jonge soldaat als ‘klasbak’ voor kinderen. Het spreekt hen erg aan’, vertelt Willy. ‘In de multiculturele, diverse klassen van vandaag valt de reactie van jonge leerlingen me op. De herkenning en verwondering bij kinderen van vluchtelingen: Gebeurt dit ook hier in België?’. Hun belangstelling voor een voor hen ongekende geschiedenis.’ Willy komt niet alleen in scholen. Hij was te gast in bibliotheken en musea en vond ook een zeer geïnteresseerd publiek in onder andere een gevangenis, en bij nieuwe Belgen. ‘Die ontmoetingen, daar haal ik veel energie uit’, vertrouwt hij me toe. Dat is meteen de drijfveer van een Erfgoedklasbak waarnaar ik op zoek ben. De namiddag gaat snel voorbij, het is duidelijk dat Willy over alles wat hij ontdekt, kan blijven vertellen. Ik bedank hem voor het inspirerende gesprek en keer terug naar huis, aangestoken door zijn enthousiaste en onderzoekende geest. Dankjewel, Willy! Erfgoed in de klas: vertellen en blijven vertellen GINGELOM en wordt getrakteerd op hapjes en soep, gemaakt door Freddy, de nestor van de vereniging. Voor wie het wil ervaren; de volgende productie heet De Nonnen van Navarone. Je kan ook actief lid worden. Het Kringetje is vooral op zoek naar mannelijke acteurs. De vereniging ontstond in 1982 in de schoot van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen die rond de stoof, gezeten in een kringetje, besloten om het podium te bestormen. De dorpspastoor steunde het initiatief en de vereniging floreerde. Vandaag staan er Syrische mensen klaar om lid te worden en wie weet klinkt er binnenkort niet alleen hier en daar een Nieuwerkerks dialectwoord op het podium maar ook een woordje Arabisch, terwijl het publiek geniet van een lekker stukje Limburgse vlaai met knubbelkes. Al enkele jaren doet basisschool GO! De Regent in Gingelom mee met het klasbakkenproject. Dit jaar deed meester Wesley van het vijfde leerjaar mee. ‘Leerlingen zijn altijd wat meer geïnteresseerd als er iemand van buitenaf komt. Een externe spreker brengt bovendien een verhaal dat je als leerkracht zelf niet kan brengen. In het verhaal van Willy over zijn vader is dat heel krachtig: geschiedenis wordt ineens iets van échte mensen. Willy had de kinderen dan ook helemaal mee. Als het over oorlog gaat, denken ze aan Gaza en Oekraïne. Ze waren enorm verbaasd om te horen dat hun overgrootouders hier, in hun eigen dorp en streek, ook een oorlog hebben meegemaakt. Ze hebben dan ook veel vragen gesteld. En het verhaal van Willy is nog lang blijven nazinderen.’ GEZOCHT! Erfgoedklasbakken Stel: je hebt een kleine of grote passie voor een stuk erfgoed, uit je familie, dorp of streek. Je vertelt daar graag over. Je hebt documentatie, in welke vorm dan ook, die je verhaal illustreert. Of je beoefent een ambacht, je onderzoekt, je bewaart, restaureert… Je gaat graag met kinderen of jongeren om of je verkiest een volwassen publiek. Wij zoeken jou! Doe net als Willy Boghe je verhaal voor de klas of voor een groep volwassenen tussen 1 maart en 30 april 2026. Wil je weten hoe het allemaal in zijn werk gaat? Wil je andere ‘klasbakken’ ontmoeten, inspiratie opdoen of misschien mogelijke ‘koudwatervrees’ overkomen? Neem dan contact op met Karen (karen.vanlooken@ erfgoedhaspengouw.be). Na de enthousiaste reacties van de werkgroep besloot Erfgoed Haspengouw zelf ook een dergelijke documentenscanner aan te kopen voor de uitleendienst. Verenigingen kunnen deze scanner gratis uitlenen wanneer ze een grote hoeveelheid documenten willen digitaliseren. Dit kan tijdens een bezoek aan een archief, tijdens een collectiedag of voor het digitaliseren van het verenigingsarchief voor een bredere ontsluiting. Heb je vragen over de uitleendienst of het digitaliseren van je archief? An-Katrien helpt je met heel veel plezier verder. (an-katrien@erfgoedhaspengouw.be) Ben je nieuwsgierig naar de werkwijze van de werkgroep? Ze delen graag hun expertise. An-Katrien brengt je graag met hen in contact.
www.erfgoedhaspengouw.beRkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=